Concert 28 april 16 uur; slotconcert

Galerie Marzee, Lage Markt 3, Nijmegen

IVES ENSEMBLE

Nevenwerk II

Lars Wouters van den Oudenweijer – (es)klarinet
Hans Petra – klarinet
Erik van Deuren – (bas)klarinet
Josje ter Haar – viool
Heleen Hulst – altviool
Job ter Haar – cello
John Snijders – piano


We besluiten met het u welbekende Ives Ensemble. Zij brengen een thematisch samenhangend programma onder de titel Nevenwerk II. Centraal staat een nieuwe compositie van Richard Rijnvos Riflesso sullo spazio (2018-19) dat is gebaseerd op dezelfde instrumentale combinatie als de Suite op. 29 (1926) van Arnold Schönberg: Esklarinet, klarinet in A, basklarinet, viool, altviool, cello en piano. Allereerst brengen zij de suite zelf, het vertrekpunt van de Riflesso, ten gehore. De rust en contemplatie van de Riflesso staan hier tegenover de nerveuze muzikale taal en het complexe contrapunt van Schönbergs werk. Maar eerst hoort u Morton Feldmans Three Clarinets, Cello and Piano uit 1971 dat niet alleen qua bezetting maar ook thematisch nauw bij de andere composities aansluit.

Programma

Morton Feldman (1926-1987)  – Three Clarinets, Cello and Piano (1971)
drie klarinetten, cello, piano

Arnold Schoenberg (1874-1951) – Suite Op.29 (1926)
Esklarinet, klarinet in A, basklarinet, viool, altviool, cello, piano
Ouverture. Allegretto
Tanzschritte. Moderato
Thema mit Variationen
Gigue

Pauze

Richard Rijnvos (geb.1964) – Riflesso sullo spazio (2018-19)
Variazioni sul nome di Arnold Schönberg
Esklarinet, klarinet in A, basklarinet, viool, altviool, cello, piano

OVER HET PROGRAMMA

De componist Richard Rijnvos heeft een voorkeur voor cycli. Zo bereist hij de werelddelen in Grand Atlas, schilderde hij een adembenemend muzikaal panorama van New York in Uptown/Downtownen keert hij van tijd tot tijd terug naar Venetië in een cyclus die hij La Serenissimagenoemd heeft.

Twee jaar geleden bracht het Ives Ensemble in het programma Nevenwerkhet derde deel uit de Riflessi-cyclus, een serie waarin Rijnvos reflecteert op een bestaande compositie met een bijzondere bezetting. Daarin waren – naast het origineel en de weerspiegeling van Rijnvos – werken te horen met een vergelijkbare bezetting. Nevenwerk IIheeft dezelfde opzet. Richard Rijnvos heeft zich nu gewend tot Suite, een vierdelige compositie van Arnold Schönberg voor drie klarinetten (esklarinet, klarinet in A en basklarinet), viool, altviool, cello en piano. Rijnvos’ reflectie heeft dezelfde bezetting, maar is totaal anders van karakter. Tegenover de levendige dadendrang van Suite staat Riflesso sullo spazio, een bespiegeling op weidse vergezichten.

Als inleiding op deze twee groots opgezette werken speelt het Ives Ensemble Three Clarinets, Cello and Pianovan Morton Feldman, een componist met wie de musici een speciale band hebben. Zowel dit werk van Feldman en de Suitevan Arnold Schönberg zijn zelden op het concertpodium te horen. Net als Riflesso sull’arcoindertijd is de uitvoering van Riflesso sullo spazioeen wereldpremière.

Morton Feldman
Three Clarinets, Cello and Piano
Three Clarinets, Cello and Piano is een van de vier composities van Morton Feldman waarin de klarinet een rol speelt. De bezetting mag dan verwant zijn aan de Suite van Arnold Schönberg, dit werk van Feldman heeft een totaal ander karakter.

Feldman omschreef de titel als een titel voor een stilleven. Door het spaarzame gebruik van het notenmateriaal heeft de muziek inderdaad wat weg van schilderijen in dit genre, met enkele zorgvuldig geplaatste objecten tegen een neutrale achtergrond. Feldman plaatst de drie klarinetten, die hun tonen kunnen buigen en hun volume tijdens het spelen van een toon kunnen variëren, tegenover de piano, die op die punten meer rigide is. Anderzijds heeft de piano een percussieve attack, die de blazers missen. De cello heeft karakteristieken van beide in pizzicato en glissandi en kan zo een spilfunctie vervullen, waarbij hij zich soms met geplukte noten aansluit bij de piano, soms in samenspel met de piano de rol van de klarinetten overneemt. Maar de cello kan zich ook bij de klarinetten voegen of zich met pizzicati tegenover hen plaatsen. Het decor waartegen dit ingetogen werk zich afspeelt is de stilte, steeds nadrukkelijk aanwezig in de pauzes tussen gespeelde noten, maar ook gesuggereerd doordat de klanken steeds lijken af te glijden in de richting van het onhoorbare.

Arnold Schönberg
Suite op. 29
Arnold Schönberg begon aan dit werk in het jaar dat hij trouwde met zijn tweede vrouw, Gertrud Kolisch, en droeg het aan haar op. Haar initialen G. en Es. (Gertrud nam zijn achternaam aan) duiken dan ook telkens op als noten aan het begin en het slot van elk deel.
Het is ook letterlijk een suite, een compositie waarvan elk deel een dans vertegenwoordigt. In zijn eerste schetsen stelde hij zich het tweede deel, dat nu Tanzschritte heet, voor als een foxtrot. Maar terwijl Schönberg volgens de traditie van de Franse baroksuite begint met een ouverture en eindigt met een gigue, heeft dit werk een deel minder dan gebruikelijk. De eerste twee delen lijken geïnspireerd door de dansmuziek uit die periode, ook al door de ongebruikelijke bezetting met de drie klarinetten, elk in een eigen register: bas, midden en sopraan. Dat trio rietblazers geeft het ensemble een karakter dat doet denken aan dansorkesten van de jaren twintig. De registers van de klarinetten hebben een equivalent in de strijkers: viool, altviool en cello.

Schönberg combineerde de uitgelatenheid van de dansen in de Suitemet destrengheid van het twaalftoonsstelsel, dat hij enkele jaren daarvoor was gaan toepassen in zijn composities. Hij verving de akkoordenschema’s, die eerder de grondslag vormden voor composities, door reeksen tonen als basis. Door die te spiegelen en op andere manieren te manipuleren, opende hij nieuwe mogelijkheden voor onafhankelijke bewegingen van stemmen. De gespletenheid van strengheid in omgang met melodie en samenklank enerzijds en de levendigheid van de dansritmes anderzijds geven de muziek een bijzondere spanning.

Richard Rijnvos
Riflesso sullo spazio
Dit nieuwe stuk van Richard Rijnvos is gecomponeerd als nevenwerk bij Arnold Schönbergs Suite. Rijnvos schreef het voor dezelfde bezetting.

Schönberg verwerkte in zijn Suite de initialen van zijn vrouw als motief. Rijnvos gaat daar een stap verder in. Als hommage aan Schönberg gebruikt hij de letters uit de naam van de componist die volgens de Duitse naamgeving om te zetten zijn naar toonhoogten: A D S C H B E G. Daarbij staat de B voor een bes, de H voor een b, en de S voor een es. Hij gaf het als ondertitel Variazioni sul nome di Arnold Schönberg. Met de noten die de naam van de componist spellen, heeft Rijnvos vijfendertig variaties gemaakt. InIniziali, de introductie van
het werk, is de naam van Schönberg in bovengenoemde volgorde te horen. De noten worden aan het begin van elke nieuwe variatie in een andere configuratie gespeeld, waardoor vanzelf melodische fragmenten ontstaan. Toch ligt de nadruk niet op melodie, aldus Rijnvos. Er is bovendien nauwelijks variatie in ritme en dynamiek. Het gaat hem veeleer om harmonie, patronen en herhalingen. Een respons op het late werk van Morton Feldman, schrijft hij. Overigens maken nog twee componisten hun opwachting in deze Riflesso. Rijnvos verwerkte noten die de namen Cage en Bach spellen als motief.

Rijnvos heeft het stuk een langzaam uitdijende structuur gegeven. Een steeds terugkerend intermezzo wordt gevolgd door een stapsgewijs toenemend aantal variaties. Rijnvos: ‘Met andere woorden: de ruimte tussen intermezzo’s neemt geleidelijk aan toe, en de tijd verloopt alsof het een uitdijende galactische spiraal is.’ In de coda, die de titel Autografo gekregen heeft, wordt het intermezzo voor de achtste keer gespeeld. Dan klinkt opnieuw de ‘handtekening’ van Schönberg: de acht noten die Rijnvos met diens naam gespeld heeft, maar nu in kreeftgang. Het is een omwerking die onmiddellijk doet denken aan Bach, maar die ook door Schönberg werd toegepast. De structuur van dit werk is dan wel volgens een strenge methodiek bepaald, de muziek klinkt bedachtzaam en warm.

Tekst toelichting: René van Peer

OVER DE COMPONISTEN

Morton Feldman
Morton Feldman (New York, 1926 – 1987) begint al op vijftienjarige leeftijd met een studie compositie. Drie jaar later wordt Stefan Wolpe zijn leraar.

In die periode ontmoet Feldman John Cage die hem aanmoedigt op zijn instincten te vertrouwen in het schrijven van volkomen intuïtieve muziek. Feldman maakt in de jaren vijftig deel uit van artistieke kringen in New York waartoe componisten Earle Brown en Christian Wolff horen, kunstenaars als Mark Rothko en Jackson Pollock en de pianist David Tudor. De invloed van de kunstenaars leiden tot vroege werken met grafische partituren. Feldman blijft jarenlang experimenteren met verschillende manieren om musici in het uitvoeren van zijn werk een mate van vrijheid te geven, maar componeert vanaf 1969 vrijwel uitsluitend muziek waarin alles vastgelegd is. Eind jaren zeventig worden zijn stukken steeds langer, tot meer dan vijf uur. Daarnaast schrijft hij een uiterst zacht volume voor. Het is dan ook muziek die concentratie vergt van de musici én het publiek, maar die daarin een heel eigen wereld van zachte tinten tevoorschijn roept.

Arnold Schönberg
Arnold Schönberg (1874 – 1951) werd in een joods gezin geboren in Wenen. Hij was net als zijn vader voorbestemd om de handel in te gaan, maar de vioollessen die hij vanaf zijn achtste jaar kreeg trokken hem naar de muziek.

Schönberg begon te componeren, leerde zichzelf cello spelen en trad toe tot het orkest van Alexander von Zemlinsky. Zemlinsky werd de eerste en enige compositiedocent van de verder autodidacte Schönberg. Hij componeerde aanvankelijk in een stijl verwant aan Brahms, maar met een werk als Verklärte Nacht uit1899 ging hij avontuurlijker wegen bewandelen. In 1904 gaf hij zelf compositieles en meldden Anton Webern en Alban Berg zich als zijn leerlingen. Gezamenlijk onderzochten zij de grenzen van de (a)tonaliteit en metPierrot Lunaire bereikte Schönberg die grenzen. Na een stilte van bijna twaalf jaar presenteerde hij de twaalftoonstechniek. Hiermee werd hij een van de grote vernieuwers en denkers van de twintigste- eeuwse muziekpraktijk. In 1933 verliet hij zijn vaderland vanwege het opkomend nazisme en vertrok hij naar de Verenigde Staten. Daar was hij tot op hoge leeftijd actief als compositiedocent.

Richard Rijnvos
Richard Rijnvos (1964) concentreert zich sinds 1993 op de verwezenlijking van composities die deel uitmaken van een groter geheel, te beginnen met Stanza waarvan hij drie versies schreef.

Tussen 1995 en 2000 ontstond de cyclus Block Beuys, rond een collectie werken van deze kunstenaar in het Hessisches Landesmuseum in Darmstadt. Andere cycli hebben steden als New York en Venetië̈ als onderwerp. Nog grootser van conceptie is Grand Atlas, waarin hij de zeven continenten muzikaal belicht. Na Antarctique (2011), Asie (2015) en Amérique du Nord (2016) presenteert de NTR ZaterdagMatinee volgend jaar de première van Amérique du Sud.DeRiflessi, waar hij in 2007 aan begon, vormen een serie ‘companion pieces’ die Rijnvos schrijft bij composities voor een bijzondere bezetting. Hij ontving prijzen voor verschillende delen uit zijn cyclus over NewYork, onder andere de Matthijs Vermeulenprijs voor Times Square Dance en de BUMA Toonzetters Prijs voor NYConcerto. Die laatste compositie werd ook bekroond met de Buma Toonzetters Award. Hij ontving de Matthijs Vermeulenprijs opnieuw voor zijn liederencyclus Die Kämmersängerin, uitgevoerd door het Ives Ensemble. Rijnvos heeft nauwe banden met dit ensemble, dat Block Beuys op cd zette. Van 2011 tot 2017 was hij voor een meerjarige periode huiscomponist van het Koninklijk Concertgebouworkest. In oktober 2009 werd Rijnvos benoemd tot Hoofd Compositie aan de Muziekfaculteit van Durham University (Groot-Brittannië̈). Hem werd een ‘Higher Doctorate’ toegekend in juni 2012 en hij bekleedt sinds 2014 een hoogleraarschap.

OVER HET ENSEMBLE

Het Ives Ensemble is in 1986 opgericht door pianist John Snijders. Het ensemble bestaat uit een vaste pool van dertien musici die in verschillende samenstellingen concerten geven.

Het ensemble legt zich toe op het uitvoeren van ongedirigeerde kamermuziek van na 1900. Met de eigenzinnige Amerikaanse componist Charles Ives als naamgever zoekt het ensemble steeds naar verrassende muziek. Met één been in de 20e eeuw, één been in de 21e eeuw en met ogen en oren gericht op de 22e eeuw. Het Ives Ensemble speelt historische muziek van onze tijd, muziek die we in de toekomst zullen waarderen als ons cultureel erfgoed. Het ensemble richt zich op het werk van Charles Ives, John Cage, Morton Feldman, Stefan Wolpe en hedendaagse componisten die in de geest van deze twintigste-eeuwse grootheden schrijven. Inmiddels heeft het Ives Ensemble een groot repertoire aan opdrachtwerken opgebouwd.  Ga naar http://ives-ensemble.nl/over-het-ives-ensemble/discografie/ voor een overzicht van hun uitgebreide discografie.

Dit concert is mede mogelijk gemaakt door Fonds Podiumkunsten, Amsterdams Fonds voor de Kunst, Gemeente Den Haag en Prins Bernard Cultuurfonds.

Concert 17 maart 2019 om 16 uur

Galerie Marzee, Lage Markt 3, Nijmegen

Wegens familieomstandigheden kan de hoorn-recital van Christine Chapman niet doorgaan.

Vol trots bieden wij nu een voorproefje van het spectaculaire Stockhausenfestijn in juni a.s. in Amsterdam waar gedurende een driedaagse marathonsessie grote delen van Stockhausens aus Licht uitgevoerd zullen worden door een keur van  jonge musici uit de hele wereld. Voor dit evenement zette het Koninklijk Conservatorium in Den Haag in samenwerking met de Stockhausen Stiftung für Musik, het Holland Festival en De Nationale Opera een speciale master op voor studenten die zich wilden specialiseren in de muziek van Karlheinz Stockhausen.

U hoort en ziet een selectie uit deze productie door een internationaal keur van 6 trompettisten en een contrabassist, die bij deze performance een creatief gebruik zullen maken van de ruimtelijke en akoestische mogelijkheden van Galerie Marzee. En ook ziet u onze lokale trots, Marco Blaauw, een docent van de uitvoerenden en een van de drijvende krachten achter dit festijn.

STOCKHAUSEN aus LICHT
Selecties voor trompetten, contrabas en elektronica

Chloë Abbot – trompet
Jerome Burns – trompet
Katie Clark – trompet

Christopher Collings – trompet
Valentin François – trompet
Elisabeth Lusche – trompet
Louis van der Mespel – contrabas

Hebben u en uw bekenden geen tijd om het  hele festijn in Amsterdam van drie dagen met meer dan 15 uur muziek (à raison van €321 per persoon) in Amsterdam bij te wonen of twijfelt u nog, kom dan voor €18 per persoon naar naar ons voorproefje.

Als u een abonnement heeft is uw reservering gegarandeerd. Zo niet, dan kunt reserveren door het bedrag van €18 over te maken op banknummer NL78 INGB 0000 6517 17  ten name van Stichting Moderne Muziek Nijmegen. Reserveringen worden in volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

PROGRAMMA

Michaels-Ruf voor 4 trompetten nr. 48 1/2 (1978)
uit Donnerstag aus LICHT

Eingang und Formel nr. 48 (1978)
uit Donnerstag aus LICHT
Jerome Burns

 Pietà
voor Flügelhorn  nr. 61 1/2 (1990)
uit Dienstag aus LICHT
Valentin François

Halt
met 7. Station und Himmelfahrt nr. 2 ex 48 (1978)
uit Donnerstag aus LICHT
Jerome Burns, trompet ; Louis van der Mespel, contrabas

PAUZE

 Trompete
uit Mittwoch aus LICHT (1995)
Elisabeth Lusche

Oberlippentanz
voor piccolo-trompet nr. 53 (1983)
uit Samstag aus LICHT
Chloë Abbott

 Aries
voor trompet en elektronische muziek  nr. 43 1/2 (1975-77)
uit SIRIUS
Christopher Collings

Michaels-Abschied
voor 5 trompetten nr.50 3/4 (1980)
uit Donnerstag aus LICHT
Aus LICHT trompetten

 

Over Stockhausen en aus LICHT

De controversiële gelauwerde en verguisde Duitse componist Karlheinz Stockhausen (1928–2007) is een van de meest prominente en innovatieve vertegenwoordigers van de 20e eeuwse muziek. Hij componeerde tussen 1977 en 2003 een cyclus van 7 opera’s onder de naam LICHT : de zeven dagen van de week, waarin drie archetypische karakters Michael, Lucifer en Eva gedurende de zeven dagen van de week verschillende culturen vertegenwoordigen. De inspiratie was zijn joods-christelijke achtergrond, de Japanse cultuur en het boek Urantia. De impact van zijn opera’s is enorm en tal van scene’s zijn ook buiten de wereld van de opera bekend, zoals zijn ‘Helikopter Strijkkwartet’ waarin een strijkkwartet in vier verschillende helicopters speelt, en de muziek gesynchroniseerd door luidsprekers naar de concertzaal overgedragen wordt. Stockhausens invloed overschrijdt de reguliere avant-garde muziek en grenst aan jazz (Miles Davis), rock (Frank Zappa) en zelfs pop. Zijn gezicht staat op de cover van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Over de musici

Chloë Abbot behaalde haar bachelor en master diploma (2015) aan de Guildhall School in Londen en studeert nu aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Marco Blaauw. Ze werkte met tal van internationale ensembles. In 2018 gaf ze premières bij de Darmstadt Ferienkurse. Ze was een Britten-Pears Young Artist in 2014 en 2017. Ze is de eerste vrouwelijke trompettist die gearrangeerd werd voor Stockhausens Licht-cyclus.

De Amerikaanse trompettist Jorome Burns studeerde als bachelor summa cum laude af in trompet aan SUNY Purchase’s Conservatory of Music en behaalde zijn master in klassiek trompet aan de Manhattan School of Music. Naast zijn studie van Stockhausen transcribeert hij metal guitar solo’s en incorporeert het resultaat in verschillende vormen van vrije improvisatie.

Katie Clark is een Canadese trompettiste die momenteel studeert in het Advanced Performance programma aan het Bard College Conservatory in Annadale-on-Hudson, NY. Ze behaalde haar Bachelor en Master (2016) aan the Western University in Canada. Ze ontving de Bruce and Helen Mills Instrument Award en de Helen Mills Instrument Award in London, ON  en de Fred C. Bacon Bursary Award (Brampton, ON).

De trompettist Cristopher Collins (Solingen 1992) behaalde zijn Bachelor aan de Hans Eisler Hochschule für Musik in Berlijn, waar hij werkte met de Deutsche Oper, Kammerakademie Potsdam en de Berlijnse afdeling voor filharmonische educatie. Momenteel studeert hij bij Marco Blaauw aan de Master aus Licht aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij was voorheen lid van Studio Musikfabrik, waar hij optrad in het Donaueschingen Muziek Festival en de Darmstädter Ferienkurse.

Valentin François is een veelzijdige Franse trompettist, die actief is in heel Europa. Hij behaalde zijn master in 2017 aan de Hochschule voor muziek in Luzern waar hij een sterke affiniteit ontwikkelde voor hedendaagse muziek. Hij nam deel aan de Darmstädter Ferienkurse, trad op in het KKL Luzern, de Elphilharmonie Hamburg, de Berliner Philharmonie, en de Philharmonie de Paris. Sinds 2017 studeert hij bij Marco Blaauw in de master aus Licht aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

De trompettiste Elisabeth Lusche is gespecialiseerd in de uitvoering van hedendaagse muziek. Ze komt uit Auburn, Alabama en behaalde ze haar bachelor in trompet aan de Bienen School of Music aan de Northwestern University in Evanston, IL. Momenteel studeert ze bij Marco Blaauw aan de master aus Licht aan het Koninklijk Conservatorium. Elisabeth is tevens improvisator en speelde met verschillende improvisatie-ensembles waaronder het in Den Haag gebaseerde Oktopus Connection Redutch.

Na de ontdekking van de contrabas op de middelbare school ontwikkelde Louis van der Mespel onmiddellijk een affiniteit met dit instrument en werd eerste bassist en solist in het Nationale Jeugd Orkest van Nieuw-Zeeland. Hij studeerde in Wellington, verhuisde in 2015 naar Nederland en behaalde zijn tweede bachelor aan het Koninklijk Conservatorium. In Europa treedt hij veelvuldig op met orkesten en ensembles in Nederland en België waaronder Sinfonia Rotterdam, het Antwerp Symphony Orchestra, het Holland Symphony Orchestra, Ars Musica en het Noord Nederlands Orkest.