zondag 8 november 2026 om 16:00 uur

Trio Nacht is onderdeel van het Utrechtse ensemble Insomnio en werd geboren in het donker. Harp, fagot en altviool kwamen samen voor de muziektheatervoorstelling Nacht. De klankcombinatie en de samenwerking bevielen zo goed dat het trio samen verder wilde. Sindsdien bouwen ze een eigen repertoire op. In dit programma speelt de natuur een belangrijke rol, en ook weer de nacht. Naast de triostukken koos iedere speler een solostuk dat een bijzonder licht laat schijnen op het eigen instrument.

Foto Ben van Duin

Programma 
Siebe Visser – Uilen Serenade (2024) trio 
Kaija Saariaho – Fall (1991) harpsolo en electronica
Luciano Berio – Sequenza No.12 (1997) voor fagotsolo
Improvisatie – Waterstromen en mistbanken (concept Stefanie Liedtke), trio
pauze
Fjodor Droezjinin – Sonate voor altvioolsolo (1959)
Dmitri Sjostakovitsj – Sonate op. 147 (1975), deel 1 en 2, bewerking voor trio 
 

Siebe Visser – Uilen Serenade (2024) 
Wie ’s nachts buiten is, hoort ze: de uilen. Siebe Visser baseerde zijn serenade op echte uilengeluiden, die hij vertaalde naar harp, fagot, blokfluit en altviool.

Kaija Saariaho – Fall voor harp en elektronica (1991) 
Fall is het zesde deel van Maa, een avondvullend ballet. Saariaho vertaalt de titel letterlijk naar de structuur van de muziek. Het stuk begint heel hoog in het register van de harp, met nerveuze, ijle klanken, en breidt zich gaandeweg steeds verder naar beneden uit, alsof je langzaam in een peilloze diepte of onderwereld stort.

Luciano Berio – Sequenza XII voor fagot solo (1995) 
Berio schreef zijn veertien Sequenza’s als portretten van evenzoveel instrumenten. Deel XII is met zo’n achttien minuten de langste. Het stuk moet ‘zonder adem’ gespeeld worden: een haast onmogelijke opgave, die alleen met circulaire ademhaling te overwinnen is. Het klinkt dan weer als een meditatie, dan weer als een gevecht. Een eindeloze stroom van glijdende, ijle lijnen wordt onderbroken door erupties van beestachtige, schijnbaar onbeheersbare klanken, die alle hoeken en mogelijkheden van de fagot verkennen.

Fjodor Droezjinin – Sonate voor altviool solo (1959)
De sonate voor altviool solo (1959) is een uiterst expressief en technisch veeleisend werk van de Russische legendarische altviolist Fjodor Droezjinin (1932–2007). Deze sonate is een virtuoos stuk in vier delen, vol plotselinge stemmingswisselingen, waarin je echo’s van Prokofjev en Sjostakovitsj hoort.

Dmitri Sjostakovitsj – Sonate op. 147 (1975), deel 1 en 2, bewerking voor trio
Sjostakovitsj droeg deze sonate op aan Droezjinin. Het eerste deel, Novelle, opent met een eenzame pizzicato in de altviool. Het tweede deel, een scherzo, haalt zijn materiaal uit De spelers, de onvoltooide opera naar Gogol over valsspelende kaartspelers. Het is zijn laatste compositie die hij vlak voor zijn dood schreef. Een recensent van de Izvestia schreef dat de muziek  was als “de catharsis in een tragedie; leven, strijd, overwinning, zuivering door het licht, uitgang naar onsterfelijkheid.” Druzhinin verzorgde de historische wereldpremière in Leningrad.

zondag 11 oktober 2026 om 16:00 uur

foto Baptiste Navarro

Programma
David Fennessy – Bones (2026)
Jean-Luc Fafchamps – For Morton Feldman (2025)
pauze
Morton Feldman – Why Patterns? (1978)

De Amerikaanse componist Morton Feldman (1926–1987) is een van de belangrijkste exponenten van de New Yorkse School van avant-gardisten, waartoe ook componisten als John Cage en Earle Brown en Christian Wolff behoorden. Feldmans muziek kenmerkt zich door zachtheid en traagheid en in het bijzonder door een grote aandacht voor klankkleur. Hij was daarbij sterk beïnvloed door de abstracte schilderkunst van Mark Rothko. In tegenstelling tot veel avant-gardistische componisten uit zijn tijd in wier werk we complexe structuren zien en die experimenteerden met extreme dynamiekverschillen en elektronische klanken, horen we bij Feldman muziek die traag voortschrijdt en waarin de tonen een eigen leven leiden. De muziek is niet zozeer doelgericht maar laat de luisteraar juist in een voortdurend veranderend klanklandschap staan. 

In 1978 componeerde Morton Feldman ‘Why Patterns?’, een eerste van drie stukken voor fluit, piano en glockenspiel. In deze zeldzame instrumentale combinatie heeft elk instrument een precies gedefinieerde klankidentiteit en fysieke speelwijze waarbij totaal verschillende patronen samensmelten tot een harmonieus klinkend, psychedelisch klankuniversum. Tijd en gelijktijdigheid smelten samen. 

foto Carlo Verfaille
foto Carlo Verfaille

Het Collectief vroeg de componisten David Fennessy en Jean-Luc Fafchamps die beiden een sterke affiniteit hebben met Feldmans werk, om nieuwe stukken voor deze bezetting te creëren. 

De Ierse componist David Fennessy zegt over zijn compositie “Bones”: Dit werk is verwant aan een ander recent werk van mij, “Blood”, in die zin dat het gebruikmaakt van een bestaande uitvoering van een muziekstuk dat ik vervolgens op de computer uitrek om de harmonische en melodische implicaties te benadrukken.

foto Baptiste Navarro

Fafchamps slaagt er in de eenvoudige Weberniaanse patronen waaruit Feldmans muziek opgebouwd is te transformeren tot bouwstenen voor een groot aantal stijlen en vormen die, ondanks hun schijnbare onverenigbaarheid, samen een coherent en volstrekt origineel geheel vormen. 

Het Collectief is een kamermuziekensemble dat in 1998 in Brussel werd opgericht. Door consequent met een vaste kern van musici te werken, bouwde de groep een intrigerende eigen sound op, gekenmerkt door een heterogene mix van instrumenten. In zijn repertoire keert Het Collectief terug naar de wortels van het modernisme: de Tweede Weense School. Vanuit deze basis worden zowel de grote twintigste-eeuwse composities als de allernieuwste experimentele stromingen verkend.