Categoriearchief: concerten

Concert 13 januari

DoelenKwartet

Frank de Groot viool
Maartje Kraan viool
Karin Dolman altviool
Hans Woudenberg cello

m.m.v. Eva Zöllner accordeon

In de laatste decennia heeft de accordeon zich gestaag ontwikkeld van een volksmuziekinstrument tot een instrument waarvoor de grote componisten graag schrijven.
 Het vorige concert hoorde u hoe viool en de russische knopaccordeon, de bajan samengingen. Ditmaal hoort u hoe het scala aan klankkleuren die de accordeon kan oproepen, zich laat mengen met die van het strijkkwartet. Dat is wat de Deense componist Hans Abrahamsen en zijn Duitse collega Wolfgang Rihm in hun composities laten horen.
Charles Ives componeerde precies 100 jaar geleden zijn tweede strijkkwartet, een werk vol extremen, dissonantie en lyriek. Het is een van de pijlers van de Amerikaanse muziek. Nu nog – een eeuw later – stijgt de verbazing bij het luisteren er naar.
Abrahamsen liet voor het eerst van zich horen in de jaren zeventig toe hij zich achter de `Nieuwe Eenvoud´ die zich in de Deense muziek aftekende schaarde – een beweging die zich verzette tegen de complexiteit en publieksonvriendelijkheid van de toenmalige avantgarde. Sindsdien is zijn muziek beduidend gelaagder en minder `eenvoudig´ geworden. In zijn strijkkwartetten hoort u hoe uit een aanvankelijk kaal, abstract lijnenspel een levend, pulserend geheel opbloeit met soms schaamteloos `ouderwets´-romantische passages en – in de werken met accordeon – zelfs een natuurgetrouwe benadering van ademhaling.
Van de in 1971 geboren Brit Thomas Adès hoort u zijn tweede strijkkwartet, een in vergelijking met andere werken van hem een relatief onderkoeld compositie. De titel ‘The four quarters’ verwijst naar vier stadia van een etmaal, beginnend met de nacht.  In het tweede deel vertolken pizzicatonoten het vallen van dauwdruppels in de ochtend en priemen weidse, ‘open’ akkoorden als zonnestralen door de nevelachtige sfeer. ‘Days’ is verzadigd van activiteit: een opeenstapeling van rusteloze patronen, culminerend in een ‘gezamenlijk moment’ waarin de strijkers unisono dezelfde beweging volgen. De titel van het slotdeel slaat op een merkwaardig biologisch fenomeen. De klok geeft vierentwintig uren aan, maar correspondeert niet met de aangeboren tijdscyclus van het menselijk lichaam: volgens de interne menselijke klok is een dag vijfentwintig uur lang. Met sardonisch plezier vertaalde Adès dit gegeven in muziek: de kwartetleden krijgen de buitenissige maatsoort 25/16 voorgeschoteld.

PROGRAMMA

Hans Abrahamsen (1952*)     Air, accordeon solo (2007)
Thomas Adès (1971*)             The four quarters, tweede strijkkwartet (2010)
Hans Abrahamsen                 Three little nocturnes, voor accordeon en strijkkwartet (2005)
                                 pauze
Wolfgang Rihm (1952*)         Fetzen 3 + 8 voor accordeon en strijkkwartet (2002/2004)
Charles Ives (1874-1954)     Tweede strijkkwartet (1907/’13)

Het DoelenKwartet is een van de belangrijkste strijkkwartetten in Nederland op het gebied van de hedendaagse klassieke muziek. Het repertoire omvat zo’n 200 voornamelijk eigentijdse werken en composities uit de vroeg-twintigste eeuw. Om deze nieuwe muziek in een historisch perspectief te kunnen plaatsen, laat het kwartet incidenteel ook de klassieken herleven. De vele ontmoetingen die het DoelenKwartet met vooraanstaande componisten mocht hebben, zijn voor het kwartet een leidraad geweest bij het vormen van een onmiskenbaar eigen signatuur: Steve Reich, Henri Dutilleux, Kevin Volans, John Adams, Wolfgang Rihm, Hans Abrahamsen, Willem Jeths, Peter-Jan Wagemans.
Het DoelenKwartet is het huiskwartet van Concertgebouw de Doelen, de concerten van het DoelenKwartet vormen dan ook een substantieel onderdeel van de Red Sofa Serie. Met ingang van seizoen 2010/2011 verzorgt het DK ook in de Nieuwe Kerk te Den Haag een eigen serie.
Behalve op de belangrijke Nederlandse podia en festivals trad het kwartet op in Frankrijk, Duitsland, Polen, Tsjechië, Zwitserland, Denemarken en Costa Rica.
Verder profileert het DoelenKwartet zich met bijzondere cd-opnamen van componisten als Hans Erich Apostel, Karl Amadeus Hartmann, Wolfgang Rihm en Willem Jeths.
Cybele-Records is het label waarmee het DK samenwerkt. De bij Cybele uitgebrachte cd’s werden allen onderscheiden met diverse prijzen, waaronder tweemaal de Echo Klassik Preis, de Leopold Preis, de Editors Choice van The Grammophone en nominaties voor de Deutsche Schallplattenpreis 2009 en 2010.

Eva Zöllner (*1978) studeerde accordeon aan de conservatoria van Keulen en Kopenhagen bij Geir Draugsvoll. Met groot engagement zet zij zich in voor hedendaagse componisten. Zij maakt deel uit van diverse kamermuziekformaties, nieuwe programmaconcepten ontwikkelend, vaak met een multi-disciplinair karakter (Bijvoorbeeld musikFabrikAthelas Sinfonietta Copenhagen, Birmingham Contemporary Music Group, La Camerata de Las Americas).
Concerten als soliste voerden haar naar de meeste landen van Europa, naar Japan, Canada, de USA, Argentinie, Brazilië, Cuba, Uruguay, Venezuela en naar Mexico waar zij een wezenlijke bijdrage aan het promoten van de accordeon levert.
De intensieve samenwerking met componisten van haar generatie vormt, net als bij het DoelenKwartet, een belangrijk aspect van haar loopbaan. Dat heeft tot nu toe geresulteerd in premières van meer dan 80 werken in binnen- en buitenland.

Concert 9 december

AN RASKIN – bajan
HELEEN HULSTviool

PROGRAMMA

Arvo Pärt (1935)                               Fratres (1976) viool en bajan
Sofia Gabaidulina (1931)                 delen uit ‘Et Expecto’ (1986) bajan
Nicoline Soeter (1974)                     Order and disorder (2011) viool en bajan
                                     pauze
George Benjamin (1960)                    Three Miniatures (2002) viool
Costas Tsougras (1966)                     Cantus Firmus (2011)* bajan
Martijn Padding (1956)                       Three opposite pieces (2011) viool en bajan
* Nederlandse première

De Est Arvo Pärt maakte tijdens zijn studie kennis met het serialisme dat in de jaren 60 furore maakte. Pärt stond vooraan bij de nieuwe ontwikkelingen en componeerde een aantal stukken in die stijl. Maar na een tijdje raakte hij verveeld door de striktheid ervan en begon te experimenteren met een collage-achtige stijl. Maar ook dat bleek niet zijn weg. Hij zonderde zich af en bestudeerde de Vlaamse koormuziek uit de 14-16de eeuw. Ook bekeerde hij zich tot het Russisch-orthodoxe geloof.
Begin 70-er jaren schreef hij een aantal stukken in de geest van de vroege Europese polyfonie. Hierna laste hij weer een pauze in en kwam terug met een idioom dat niets meer van doen had met zijn oude muziek. Hij ontwikkelde een eigen techniek genaamd ‘tintinnabuli’ wat in het Latijn ‘belletjes’ betekent.
Hij zegt hierover: ‘ik heb gemerkt dat een mooi gespeelde noot genoeg is voor mij, ik werk met weinig materiaal, 1 of 2 stemmen. Ik componeer met primitieve materialen, een drieklank en één tonaliteit. De tonen van een drieklank zijn als belletjes’. Fratres is een werk dat geschreven is in deze stijl. Er zijn 2 stemmen, een continu wandelende bas en de viool die zich met variaties in drieklanken er boven beweegt.
In 2011 werd Pärt door de paus benoemd tot lid van de Pauselijke Raad voor de Cultuur.

Sofia Gubaidulina is waarschijnlijk de componiste die het meest voor de bajan, een soort accordeon, heeft geschreven. Zij haalde het instrument uit de volksmuziektraditie waarin het een belangrijke rol speelt, naar de wereld van de gecomponeerde muziek. Voor haar was het instrument een bron van inspiratie voor nieuwe klankkleuren en een metafoor van de menselijk adem.
De diep religieuze componiste definieert religie als ‘re-legato’ het herstellen van de band tussen onszelf en het Absolute.  Al haar werken zijn van religie doortrokken. Zo ook het uit het Latijnse Credo komende Et Expecto. Het werk is opgedragen aan bajanist Friedrich Lips die haar met het instrument bekend maakte en met wie ze de meest wonderlijke klankkleuren uit het instrument heeft weten te halen.

Nicoline Soeter: ‘Ik werd geïnspireerd door processen van orde en chaos. Te denken valt aan de relatie tussen mens en natuur; maatschappelijke processen/ samenlevingsvormen; de economie, persoonlijke ontwikkeling … Beweging is essentieel, verlies van controle kan tot chaos leiden, teveel beheersing leidt tot verstarring. Die spanning vind ik indrukwekkend. Het begrijpen van deze processen is een vorm van controle, ik denk dat muziek dit op een veel intuïtiever niveau kan uitdrukken. In de compositie Order and disorder gebruik ik klankeffecten die elkaar snel opvolgen. Ze vormen een abstracte melodie, verdeeld over de 2 instrumenten of een transformerende lijn binnen 1 partij. Ik wilde zowel speelsheid als meer chaotische en zelfs agressieve klanken gebruiken en beweging, transformatie van klank. Chaos toelaten in een stuk is een tegenstrijdige intentie, want zodra je gaat componeren breng je een ordening aan. Om toch uitdrukking te geven aan het onbeheersbare/ impulsieve, zitten er passages in waarbij ik uitging van eigen improvisaties. Daarbij wil ik ook vooral gebruik maken van een duidelijk fysieke uiting van het onbeheersbare in de vorm van kleine ‘movement disorders’/ bewegingsstoornissen.

De Engelse componist George Benjamin wordt gezien als één van de belangrijkste leerlingen van Messiaen. Hij is naast componist ook pianist en dirigent. Zijn muziek is van een ongekende helderheid en precisie en hij heeft een briljant brein. In Three Miniatures voor vioolsolo schept hij 3 juweeltjes en heel veel hoofdbrekens voor de violist omdat die in zijn eentje minstens twee instrumenten moet suggereren.

Van de Griekse componist en chemicus Costas Tsougras hoort u de Nederlandse première van Cantus Firmus.

Martijn Padding schreef in 2010 het vioolconcert White Eagle, in het langzame deel zit een prachtig duet tussen viool en bajan. Toen An en Heleen aan hem vroegen of ze dit deel uit het concert mochten spelen zei hij ‘wacht maar ik schrijf wat nieuwe deeltjes voor jullie’. In Three opposite pieces hoor je naast weemoed en melancholie ook een Paddingiaans gammele polderpolka.

An Raskin bespeelt de ‘bajan’, een variant van de knopaccordeon, een instrument dat zich vanuit de Russische volkscultuur ontwikkelde tot een volwaardig concertinstrument. Zij is een musicus die, vanuit een grote interesse om een nieuw hedendaags repertoire te ontdekken, zich erop toelegt om de bajan een solistische plaats te laten innemen in het huidige concertleven. Talrijke composities werden aan haar opgedragen, zo schreef Jörg Birkenkötter (2009) voor haar ‘Blackbox…(Untrennbar?)’ voor accordeon en ensemble. Aanvankelijk studeerde ze accordeon aan de Nederlandse conservatoria van Tilburg en Groningen. Nadien studeerde ze in Moskou aan ‘de Staatsacademie voor muziek’, genaamd GNESIN-academie, als assistent van de beroemde bajanist en pedagoog Friedrich Lips. Aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag behaalde ze het tweedefase diploma kamermuziek. Aan ditzelfde conservatorium is ze vanaf september 2010 verbonden als hoofdvakdocente accordeon.
Zowel solistisch als in kamermuziekverband musiceerde ze onder meer met het ASKO Ensemble, het Schönberg Ensemble, het Nederlands Blazersensemble, het Spectra-ensemble,  Amsterdam Sinfonietta, het Münchener Kammerorchester en met muzikale partners zoals o.a. Pieter Wispelwey en de Amerikaanse altvioliste Kim Kashkashian.
Samen met Bram Bossier stichtte zij in 2005 het ensemble ‘Agartha’; Agartha heeft als doelstelling een balans te vinden tussen de klassieke wereld en de hedendaagse cultuur

De violiste Heleen Hulst  studeerde bij Vera Beths aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. De afgelopen jaren maakte zij deel uit van onder andere het Asko|Schönberg Ensemble, Remix Porto en het Nieuw Ensemble. Recent richt zij zich ook meer op de oude muziek en speelt bij het Combattimento Consort, Anima Aeterna en de Van Swieten Society. In 1995 en 1997 nam zij deel aan het Tanglewood Music Festival waar zij beide keren werd onderscheiden met de prijs voor ‘an outstanding violinist’.
In 2010 schreef Martijn Padding het vioolconcert ‘White Eagle’ voor haar en het Asko Ensemble. Dit concert is inmiddels op CD verschenen.
Haar brede belangstelling bracht haar tot samenwerkingen met o.a. het Nederlands Dans Theater, Dansgroep Krisztina de Châtel, ZT Hollandia en choreograaf Paul Selwyn Norton. Naast viool speelt ze regelmatig altviool o.a. bij het Mondriaan Kwartet.
Met pianist Gerard Bouwhuis vormt zij een duo dat zich vooral toelegt op het repertoire van de 20ste eeuw. Verschillende Nederlandse componisten droegen werk aan hen op waaronder Paul Termos, Cornelis de Bondt, Elmer Schönberger, Peter Adriaansz, Martijn Padding en Guus Janssen.
In 2005 richtten zij samen de kamermuziekgroep Nieuw Amsterdams Peil op een groep die zich richt op de ongedirigeerde kamermuziek van de 20ste en 21ste eeuw.